Paradox
Toen ik het Socrates Sculpture Park voor het eerst zag, moest ik denken aan ervaringen uit mijn jeugd in Californië. Ik had met mijn vader (een tuinbouwkundige) gewerkt aan de renovatie van met puin bezaaide percelen en verwaarloosde landschapslocaties. Ik kende het soort arbeid en creativiteit dat gepaard gaat met het proces om een vergeten stuk land weer tot leven te wekken. Ik herinner me de aanvankelijke ruigheid van die locaties in Californië en de transformatie die tot stand kwam door ons werk. In veel opzichten voelde ik een soort déjà vu toen ik het Socrates Sculpture Park voor het eerst zag. Maar in plaats van te proberen het soort proces te reconstrueren dat mijn vader en ik met het landschap in Californië ervoeren, besloot ik deze sculptuurruimte op een voor mij nieuwe manier te benaderen — een sculptuur creëren en construeren op basis van het duidelijkste, minst onderbroken vlak op deze locatie: water.
Water om sculptuur te ondersteunen — iets flexibels en mobiels, maar tegelijkertijd solide als staal, hout of andere materialen die gebruikt worden voor sculptuur op het land. Sculptuur op water zou de krachtige, massieve werken die op het land ontwikkeld zijn, aanvullen. Lichtgewicht mylarconstructies die later met helium worden opgeblazen, leeglopen en opgeslagen, zijn voor mij een boeiend idee voor sculptuur, een merkwaardige paradox in een tijd waarin beschikbare landruimte voor sculptuur het meest kostbaar en bedreigd is, als een bijna uitgestorven diersoort.
Ik wil graag alle mensen bedanken die me hebben geholpen, in het bijzonder Elaine Epstein en Loren Calaway.